Wanneer is de piano uitgevonden?
De piano werd rond het jaar 1700 uitgevonden door Bartolomeo Cristofori. Deze Italiaanse instrumentmaker werkte aan het hof van de familie De’ Medici in Florence. Hij ontwikkelde een toetsinstrument waarbij hamers tegen de snaren sloegen. Daardoor kon een muzikant met de aanslag bepalen of een toon zacht of hard klonk.
De geschiedenis van de piano
De uitvinding van Cristofori vormde het begin van een instrument dat zich in de eeuwen daarna voortdurend verder ontwikkelde. De eerste piano’s zagen eruit als klavecimbels en klonken anders dan de moderne piano’s en vleugels die we nu kennen.
Instrumentbouwers verbeterden onder meer het mechaniek, de hamerkoppen, de snaren en het frame. De piano kreeg hierdoor een krachtigere klank, een groter toonbereik en meer mogelijkheden om snel, zacht en expressief te spelen.
In dit artikel lees je wie de piano heeft uitgevonden, waar de naam pianoforte vandaan komt en hoe het instrument zich van de eerste hamertjespiano tot de moderne piano en vleugel heeft ontwikkeld.
In dit artikel
Lees meer over de uitvinding en ontwikkeling van de piano:
- Wie heeft de piano uitgevonden?
- Wat betekent pianoforte?
- Welke voorlopers had de piano?
- Wat is het verschil tussen een klavecimbel en een piano?
- Hoe ontwikkelde de piano zich in de 18e eeuw?
- Hoe ontstond de moderne piano in de 19e eeuw?
- Hoe ontwikkelde de piano zich verder?
- Tijdlijn van de geschiedenis van de piano
- Veelgestelde vragen over de geschiedenis van de piano
Wie heeft de piano uitgevonden?
De piano werd rond 1700 uitgevonden door Bartolomeo Cristofori (1655–1731). Cristofori kwam uit Padua en werkte in Florence als instrumentmaker aan het hof van Ferdinando de’ Medici. Daar onderhield en bouwde hij verschillende toetsinstrumenten.
In een inventaris van de muziekinstrumenten van de familie De’ Medici uit 1700 wordt voor het eerst een nieuw instrument van Cristofori beschreven. Bij dit instrument werden de snaren niet getokkeld, maar aangeslagen door hamers. Hoe hard de hamer tegen de snaar sloeg, werd bepaald door de kracht waarmee de muzikant de toets indrukte.
Cristofori ontwikkelde bovendien een mechaniek waarbij de hamer na het aanslaan direct weer van de snaar af bewoog. Hierdoor kon de snaar vrij blijven trillen. Dit principe vormt nog altijd de basis van het mechaniek van een piano.
Van de piano’s die Cristofori bouwde, zijn er wereldwijd nog drie bewaard gebleven. De oudste daarvan dateert uit 1720 en bevindt zich in het Metropolitan Museum of Art in New York. Dit instrument heeft de vorm van een klavecimbel, maar beschikt al over een bijzonder verfijnd hamermechaniek.
Wat betekent pianoforte?
Het instrument van Cristofori werd in 1711 omschreven als een gravicembalo col piano e forte. Dit betekent vrij vertaald: een klavecimbel dat zacht en hard kan spelen. De woorden piano en forte betekenen in het Italiaans respectievelijk zacht en sterk.
De lange naam werd later ingekort tot pianoforte en uiteindelijk tot piano. De benaming pianoforte wordt nog steeds gebruikt, maar voor historische piano’s uit de 18e en vroege 19e eeuw wordt tegenwoordig meestal de term fortepiano gebruikt. Het Duitse woord Hammerklavier verwijst eveneens naar een toetsinstrument waarbij hamers tegen de snaren slaan.
Welke voorlopers had de piano?
De piano ontstond niet uit één bestaand instrument. Cristofori combineerde eigenschappen van verschillende snaar- en toetsinstrumenten:
- Het hakkebord: de snaren worden met losse hamertjes aangeslagen. Dit principe lijkt op de manier waarop een piano geluid voortbrengt.
- Het clavichord: bij het indrukken van een toets raakt een metalen staafje de snaar. Hiermee kon de speler de klank beïnvloeden, maar het instrument klonk erg zacht.
- Het klavecimbel: dit instrument had al een klavier, snaren en een vergelijkbare vleugelvorm. De snaren werden echter getokkeld in plaats van aangeslagen.
Vooral het klavecimbel lijkt aan de buitenkant sterk op de eerste piano. Toch zorgde het hamermechaniek ervoor dat de piano een wezenlijk ander instrument werd.
Wat is het verschil tussen een klavecimbel, clavichord en piano?
Klavecimbel: de snaren worden getokkeld
Wanneer een toets van een klavecimbel wordt ingedrukt, trekt een klein pennetje of plectrum aan de snaar. Hierdoor ontstaat een heldere en scherpe klank. De kracht waarmee de toets wordt ingedrukt heeft nauwelijks invloed op het volume. Een speler kan daardoor niet rechtstreeks met de aanslag bepalen hoe zacht of hard een toon klinkt.
Clavichord: een metalen staafje raakt de snaar
Bij een clavichord raakt een metalen staafje, een zogenoemde tangent, de snaar. De speler kan de klank en het volume met de aanslag beïnvloeden. Het clavichord is echter zo zacht dat het vooral geschikt was om thuis te spelen en minder bruikbaar was voor uitvoeringen in grotere ruimtes.
Piano: hamers slaan tegen de snaren
Bij een piano zet iedere toets een hamer in beweging die tegen één of meerdere snaren slaat. Hoe krachtiger de aanslag, hoe harder de toon klinkt. Hierdoor kon een muzikant veel meer dynamiek en expressie in het spel leggen. Juist deze mogelijkheid maakte de uitvinding van Cristofori zo vernieuwend.
Hoe ontwikkelde de piano zich in de 18e eeuw?
De uitvinding van Cristofori werd niet direct overal omarmd. Zijn mechaniek was verfijnd, maar ook ingewikkeld en kostbaar om te bouwen. Nadat in 1711 een uitgebreide beschrijving van het instrument was gepubliceerd, gingen andere instrumentmakers met zijn ideeën aan de slag.
Een belangrijke naam was de Duitse instrumentmaker Gottfried Silbermann. Hij bouwde vanaf de jaren 1730 piano’s die waren gebaseerd op het ontwerp van Cristofori. Johann Sebastian Bach was aanvankelijk kritisch op deze instrumenten, onder meer vanwege de zware aanslag en de zwakke hoge tonen. Na verbeteringen was hij positiever en hielp hij Silbermann zelfs bij de verkoop ervan.
De Weense en Engelse piano
In de tweede helft van de 18e eeuw ontstonden verschillende manieren om het hamermechaniek verder te ontwikkelen. De zogenoemde Weense piano had meestal een lichte aanslag en een heldere, transparante klank. Instrumenten met een Engels mechaniek waren steviger gebouwd, hadden een zwaardere aanslag en konden krachtiger klinken.
Componisten als Haydn, Mozart en Beethoven maakten dankbaar gebruik van de groeiende mogelijkheden. Hun muziek stelde tegelijkertijd steeds hogere eisen aan het instrument. Pianobouwers vergrootten daarom het toonbereik, verstevigden de constructie en bleven zoeken naar meer volume en een betere controle over de aanslag.
Hoe ontstond de moderne piano in de 19e eeuw?
In de 19e eeuw veranderde de pianoforte geleidelijk in de moderne piano. Concertzalen werden groter en componisten schreven muziek met sterkere contrasten en een groter toonbereik. Om daaraan te kunnen voldoen, moest het instrument krachtiger, stabieler en nauwkeuriger worden.
Van leer naar vilt
De houten hamerkoppen van de eerste piano’s waren bekleed met leer. In de 19e eeuw werd daarvoor steeds vaker samengeperst vilt gebruikt. Dit zorgde voor een rondere en meer zangerige klank. De spanning en hardheid van het vilt hebben nog altijd veel invloed op de klankkleur van een piano.
Een pianotechnicus kan de klankkleur beïnvloeden door de hamerkoppen te behandelen. Lees meer over deze nauwkeurige behandeling in ons artikel over het intoneren van een piano of vleugel.
Vilten hamerkoppen zorgen voor een rondere en meer zangerige klank
Van een houten constructie naar een gietijzeren frame
De eerste piano’s hadden grotendeels een houten draagconstructie. Naarmate de snaren dikker en strakker werden gespannen, was een stevigere constructie nodig. Eerst werden losse metalen verstevigingen toegevoegd. In 1825 patenteerde de Amerikaanse pianobouwer Alpheus Babcock een frame dat uit één stuk gietijzer bestond.
Het gietijzeren frame kon de hoge gezamenlijke spanning van de snaren beter opvangen. Hierdoor konden pianobouwers langere en zwaardere snaren gebruiken, wat een krachtigere klank en een groter toonbereik mogelijk maakte. Het instrument werd bovendien stabieler, al blijft ook een moderne piano regelmatig stemmen noodzakelijk.
Het dubbele repetitiemechaniek
Een andere belangrijke vernieuwing kwam van de Franse instrumentmaker Sébastien Érard. Hij patenteerde in 1821 het dubbele repetitiemechaniek voor de vleugel. Hierdoor kan een hamer opnieuw in beweging worden gebracht voordat de toets volledig naar zijn rustpositie is teruggekeerd.
Dezelfde toon kan daardoor sneller en gecontroleerder achter elkaar worden gespeeld. Dit gaf pianisten en componisten veel meer technische en muzikale mogelijkheden. Het principe vormt nog steeds de basis van het mechaniek van een moderne vleugel.
Meer toetsen en een krachtigere klank
Ook het bereik van de piano werd gedurende de 18e en 19e eeuw steeds groter. De oudste bewaard gebleven piano van Cristofori heeft 54 toetsen, terwijl een moderne piano of vleugel er doorgaans 88 heeft. Door verbeteringen aan de snaren, zangbodem, kast en het frame konden zowel de lage als de hoge tonen verder worden uitgebreid.
Daarnaast gingen pianobouwers de bassnaren schuin over de overige snaren plaatsen. Door deze zogenoemde kruissnarige constructie konden langere bassnaren in een relatief compacte kast worden gebruikt. Dit droeg bij aan de volle, krachtige klank die we met de moderne piano associëren.
De opkomst van de staande piano
De eerste piano’s hadden de liggende vorm die we tegenwoordig met een vleugel associëren. In de 19e eeuw werd de staande piano steeds verder ontwikkeld. Daarbij werden de snaren en de zangbodem verticaal geplaatst, waardoor het instrument veel minder ruimte innam.
De staande piano werd daardoor geschikt voor woonkamers, scholen en kleinere muzieklokalen. Zo werd het instrument bereikbaar voor een veel groter publiek en kreeg de piano een vaste plek in talloze huishoudens.
Hoe ontwikkelde de piano zich in de 20e en 21e eeuw?
Aan het einde van de 19e eeuw had de akoestische piano grotendeels de vorm en techniek gekregen die we nu kennen. De combinatie van vilten hamerkoppen, stalen snaren, een gietijzeren frame, een kruissnarige constructie en een uitgebreid mechaniek zorgde voor een krachtige en veelzijdige klank.
Toch stond de ontwikkeling niet stil. Pianobouwers bleven het mechaniek, de gebruikte materialen en de manier van produceren verfijnen. Daarnaast ontstonden nieuwe instrumenten en systemen waarmee automatisch, digitaal of met een koptelefoon kon worden gespeeld.
De pianola en de zelfspelende piano
Rond de overgang van de 19e naar de 20e eeuw werd de pianola populair. Een pianola is een piano die muziek automatisch kan afspelen met behulp van een geperforeerde papierrol. De gaatjes in deze rol bepalen welke tonen worden gespeeld en op welk moment dat gebeurt.
Bij vroege pianola’s moest de gebruiker pedalen bedienen om het pneumatische systeem van lucht te voorzien. Latere zelfspelende piano’s konden ook de dynamiek en andere eigenschappen van een uitvoering vastleggen. Daardoor zijn via pianorollen zelfs uitvoeringen van beroemde pianisten uit het begin van de 20e eeuw bewaard gebleven. Lees meer over dit bijzondere instrument op pianola.nl.
Een pianola speelt muziek af met behulp van een geperforeerde papierrol
De opkomst van de digitale piano
In de tweede helft van de 20e eeuw werd ook de digitale piano verder ontwikkeld. Een digitale piano heeft geen snaren en zangbodem. Sensoren registreren welke toetsen worden ingedrukt, waarna het geluid elektronisch wordt voortgebracht en via luidsprekers of een koptelefoon klinkt.
Moderne digitale piano’s proberen de aanslag en klank van een akoestische piano zo nauwkeurig mogelijk na te bootsen. Toch blijft de manier waarop het geluid ontstaat wezenlijk anders. Bij een akoestische piano brengen hamers echte snaren in trilling en wordt de klank door de zangbodem versterkt.
Akoestisch en digitaal spelen met een silent systeem
Een latere ontwikkeling is de silent piano. Dit is een akoestische piano waarvan de hamers in de stille stand worden tegengehouden voordat ze de snaren raken. Sensoren registreren ondertussen het pianospel, waarna de pianist het digitale geluid via een koptelefoon hoort.
Zo combineert een silent piano het mechaniek en speelgevoel van een akoestisch instrument met de mogelijkheid om vrijwel geruisloos te oefenen. Bekijk de silent piano’s en vleugels van Pianova voor meer informatie over deze moderne combinatie.
De akoestische piano blijft zich ontwikkelen
Het basisprincipe van de akoestische piano is al lange tijd hetzelfde gebleven: een toets brengt een hamer in beweging, de hamer slaat tegen een snaar en de zangbodem versterkt de trillingen. Dat betekent echter niet dat de piano helemaal is uitontwikkeld.
Pianobouwers blijven werken aan nauwkeurigere mechanieken, stabielere materialen, nieuwe productiemethoden en betere mogelijkheden om het instrument te onderhouden en af te regelen. Ook zelfspelende systemen en digitale toepassingen worden steeds vaker met een akoestische piano gecombineerd.
Tijdlijn van de geschiedenis van de piano
De belangrijkste momenten uit de ontwikkeling van de piano staan hieronder chronologisch op een rij:
Van pianoforte tot moderne piano
- Rond 1700: Bartolomeo Cristofori bouwt in Florence een toetsinstrument waarbij hamers tegen de snaren slaan.
- 1711: een uitgebreide beschrijving van Cristofori’s uitvinding wordt gepubliceerd, waardoor zijn ideeën bekender worden.
- Vanaf de jaren 1730: Gottfried Silbermann bouwt in Duitsland piano’s die zijn gebaseerd op het ontwerp van Cristofori.
- Tweede helft 18e eeuw: de Weense en Engelse pianobouw ontwikkelen elk een eigen mechaniek en klank.
- 1821: Sébastien Érard patenteert zijn dubbele repetitiemechaniek voor de vleugel.
- 1825: Alpheus Babcock patenteert een pianoframe dat uit één stuk gietijzer bestaat.
- 19e eeuw: vilten hamerkoppen, sterkere snaren, kruissnarige besnaring en een groter toonbereik brengen de moderne piano dichterbij.
- 19e eeuw: de staande piano wordt populair doordat deze minder ruimte inneemt dan een vleugel.
- Rond 1900: de pianola en andere zelfspelende piano’s worden steeds vaker in huishoudens gebruikt.
- Tweede helft 20e eeuw: digitale piano’s en andere elektronische toetsinstrumenten worden verder ontwikkeld.
- Vanaf de jaren 1990: silent systemen maken het mogelijk om een akoestische piano met een koptelefoon te bespelen.
- Vandaag: traditionele pianobouw wordt gecombineerd met nauwkeurige productietechnieken, digitale functies en zelfspelende systemen.
Ervaar de ontwikkeling van de piano zelf
In ruim drie eeuwen is de piano veranderd van een verfijnd experiment van Cristofori in een van de veelzijdigste muziekinstrumenten ter wereld. Historische instrumenten, moderne piano’s en vleugels kunnen sterk verschillen in klank, aanslag en speelgevoel.
Wil je deze verschillen zelf ervaren? In onze showroom in Voorthuizen kun je verschillende nieuwe en gebruikte piano’s en vleugels uit onze collectie bekijken en bespelen. Lees vooraf ook waar je op moet letten bij het kopen van een piano of vleugel.
Plan vooraf een winkelbezoek, zodat we voldoende tijd kunnen reserveren om verschillende instrumenten te laten zien en horen.
Veelgestelde vragen over de geschiedenis van de piano
Wanneer is de piano uitgevonden?
De piano werd rond het jaar 1700 uitgevonden. Uit dat jaar stamt de eerste bekende schriftelijke vermelding van het nieuwe toetsinstrument van Bartolomeo Cristofori.
Wie heeft de piano uitgevonden?
De piano werd uitgevonden door Bartolomeo Cristofori. Hij was een Italiaanse instrumentmaker die aan het hof van Ferdinando de’ Medici in Florence werkte.
Waar is de piano uitgevonden?
De piano werd uitgevonden in Florence in Italië. Daar werkte Bartolomeo Cristofori aan de muziekinstrumenten van de invloedrijke familie De’ Medici.
Hoe oud is de piano?
Omdat de piano rond 1700 werd uitgevonden, bestaat het instrument inmiddels ruim 325 jaar. De moderne piano ontstond geleidelijk door verbeteringen die in de 18e en 19e eeuw werden doorgevoerd.
Wat betekent pianoforte?
Pianoforte verwijst naar de Italiaanse woorden piano en forte, die zacht en sterk betekenen. De naam benadrukte dat het nieuwe instrument zowel zacht als hard kon klinken, afhankelijk van de aanslag.
Wat was de voorloper van de piano?
De piano had niet één voorloper. Cristofori combineerde eigenschappen van onder meer het klavecimbel, het clavichord en instrumenten waarbij snaren met losse hamertjes werden aangeslagen.
Wat is het verschil tussen een klavecimbel en een piano?
Bij een klavecimbel worden de snaren getokkeld door een pennetje of plectrum. Bij een piano slaan hamers tegen de snaren. Daardoor kan een pianist met de aanslag bepalen hoe zacht of hard een toon klinkt.
Hoe zag de eerste piano eruit?
De eerste piano’s hadden de langwerpige vleugelvorm van een klavecimbel. Ze waren kleiner en lichter gebouwd dan moderne vleugels, hadden minder toetsen en klonken zachter en transparanter.



